Gerard en Toos Kortekaas vierden op 28 maart hun veertigjarig huwelijksfeest. Aan hun gasten vroegen ze een bijzonder cadeau: een bijdrage voor Hapin. Dat leverde maar liefst 490 euro op voor onze stichting. Daarvoor veel dank! Grote vraag is natuurlijk waar de Papua-gekte van dit echtpaar uit ’s Gravenzande vandaan komt.

In 1961 en 1962 zat Gerard Kortekaas als militair van de luchtafweer in Nederlands Nieuw- Guinea, eerst in Biak, later in Jefman en Sorong. Hij was negentien jaar oud en nog nooit verder geweest dan België en Duitsland. ‘Ik moest dat dienstjaar toch zien te vullen’, zegt Kortekaas. ‘Dus waarom niet in het buitenland? Ik had geen idee wat me te wachten stond.’

Kameraadschap

Hij herinnert zich uit die periode vooral de kameraadschap, het klimaat en het lange wachten. ‘Wij hadden het een stuk gemakkelijker dan de jongens die in de rimboe zaten. Vijandige vliegtuigen waren er niet. Wij moesten vooral posten en heel lang wachten. De omgeving was paradijselijk, de stranden prachtig. We kwamen niet heel veel in contact met de bevolking, maar het contact dat er was, was prettig. Ik had echt het idee dat de Papua’s wisten dat wij daar voor hen zaten.’

Na vijftien maanden keerde hij terug naar huis. Kortekaas: ‘Ik verbaasde me eerst nog wel over de drukte, over het verkeer, maar gek genoeg was ik Nieuw Guinea daarna weer snel vergeten. Natuurlijk waren er reünies, maar ik had het te druk met andere dingen om bezig te zijn met het verleden. Ik ging in het bedrijf van mijn vader werken, trouwde en kreeg kinderen.’

Terug naar Papua

Toch begon het jaren later weer te kriebelen. Op een reünie hoorde hij van een reis die werd georganiseerd door veteranen. Daar vertelde iemand hem dat hij voor zijn zeventigste terug moest gaan, omdat het daarna te zwaar zou worden. In 1998 was het zover. Gerard stapte samen met zijn vrouw en een aantal veteranen in het vliegtuig naar Indonesië.

‘Toen we waren geland, voelde ik me net de paus’, vertelt hij. ‘Ik kon de grond wel kussen. Iets waar je bijna veertig jaar nauwelijks aan hebt gedacht, de Papua-vuurtjes, de geuren, de sfeer, dat komt allemaal terug. Het verbaasde me hoe weinig er eigenlijk veranderd was. De nostalgie en het klimaat maakten het zwaar, maar ik ben blij dat we het gedaan hebben. Mijn vrouw ook. Ze begrijpt een belangrijke periode uit mijn leven nu veel beter.’