Gedeelde geschiedenis
Met een gerust hart geven
Gedeelde geschiedenis
Met een gerust hart geven
De Papua’s wonen al meer dan 50.000 jaar in Nieuw-Guinea. In de afgelopen eeuwen raakte hun geschiedenis verweven met die van het koloniserende Nederland. We pikken de draad op vanaf het moment dat Nederland het eerste fort bouwt op de kust van Papua
Geschiedenis van Papua in vogelvlucht
Onder Nederlands bestuur
1828-1942
1828
Eerste Nederlandse fort
Het Nederlandse expeditieschip Triton gooit het anker uit voor Nieuw-Guinea. De bemanning timmert er een fort. Eind augustus wordt het westelijk deel van het eiland uitgeroepen tot kolonie: Nederlands Nieuw-Guinea. Vanaf 1898 valt het gebied onder het bestuur van Nederlands-Indië.
1902
Een nieuwe hoofdstad
Nederland richt een bestuurspost op in Merauke, aan de zuidkust van Nederlands Nieuw-Guinea. Bestuurs-ambtenaren en missionarissen gaan van daaruit aan het werk met het ‘beschaven en bekeren’ van de Papua’s. Korte tijd later verrijst een nieuwe hoofdstad aan de noordkust: Hollandia.
1942
Japanse bezetting
De Tweede Wereldoorlog raakt ook Nederlands-Indië. Japanse troepen bezetten het gebied, waaronder ook het grootste deel van Nederlands Nieuw-Guinea.
Van Nederlands Nieuw-Guinea naar Indonesië
1945-1962
1945
Indonesië roept onafhankelijkheid uit
Na de Japanse capitulatie roept Indonesië op 17 augustus eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Papoealeiders strijden intussen voor een eigen Papua. Ze vragen Nederland om hen te begeleiden op weg naar onafhankelijkheid.
1945 – 1949
Soevereiniteitsoverdracht, met één uitzondering
Nederland gaat niet akkoord met de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië. Er woedt een jarenlange strijd om de kolonie, maar uiteindelijk bezwijkt Nederland onder internationale druk. Op 27 december 1949 wordt de soevereiniteit overgedragen aan Indonesië. Met één uitzondering: Nederlands Nieuw-Guinea blijft onder Hollands bewind.
1949-1962
Bestuur en missie
In de jaren die volgen, richt de Nederlandse koloniale politiek zich op de economische opbouw van Nederlands Nieuw-Guinea, op het ‘opvoeden van Papua’s’ en het ‘toeleiden naar zelfstandigheid’. Er worden woningen gebouwd, wegen aangelegd, scholen gesticht en bedrijven gestart.
1952 – 1960
Toenemende druk uit Indonesië
Indonesië oefent steeds meer druk uit op Nederland om ook deze laatste kolonie aan hen over te dragen. Indonesische parachutisten landen in de oerwouden om strijd te leveren en de Papua’s op te zetten tegen Nederland. De Verenigde Naties komen niet tot een oplossing.
1961
Nieuw-Guinea Raad en de Morgenster
Intussen groeit Nederlands Nieuw-Guinea toe naar onafhankelijkheid. Op 5 april wordt een nieuw bestuursorgaan opgericht: de Nieuw-Guinea Raad. En eind 1961 spreekt het eerste Papuacongres uit dat er een onafhankelijk Papua moet komen. Een eigen vlag – de Morgenster – ligt al klaar.
1962
Akkoord van New York
Maar alles loopt anders. Indonesië dreigt Nederlands Nieuw-Guinea met geweld in te nemen, met militaire steun van de Sovjets. Het is een doemscenario: straks breekt de Derde Wereldoorlog uit. Onder zware druk van Amerika tekent Nederland met het Akkoord van New York uiteindelijk voor overdracht aan Indonesië.
Onder Indonesisch bestuur
1963-heden
1963 – 1969
Provincie Irian Barat
Nederlands Nieuw-Guinea is vanaf 1963 de Indonesische provincie Irian Barat (later Irian Jaya). De Nieuw-Guinea Raad wordt ontbonden en alle Papuasymbolen worden verboden. Het is een bittere pil voor de Papua’s. Velen van hen slaan op de vlucht, vooral naar Nederland.
1969 – 2001
De ‘Act of Free Choice’
In 1969 houdt Indonesië een referendum over een vrij Papua, zoals vastgelegd in het Akkoord van New York. Maar de kiesmannen in Papua, die door de Indonesische overheid zijn geselecteerd, worden zwaar geïntimideerd. Het resultaat: men stemt unaniem in met de inlijving bij Indonesië. In de jaren die volgen, strijden veel Papua’s voor onafhankelijkheid van Indonesië.
2001 — heden
Autonomie op papier
De provincie Irian Jaya krijgt officieel meer autonomie en de naam van het gebied is voortaan ‘Papua’. Maar in de praktijk is de zelfstandigheid minimaal. Lokale organisaties en activisten blijven zoeken naar een leefbare toekomst voor het gebied. Tot op de dag van vandaag is het er onrustig.









