Het is alweer zo’n 30 jaar geleden dat Annet Bakker, donateur van Hapin, samen met een vriendin door Indonesië trok. Een bezoek aan Papua mocht niet ontbreken. Sindsdien is de binding met het eiland en haar bewoners altijd gebleven. Om haar hals hangt een matabia. Soms stellen mensen hier vragen over, dan vertelt Annet graag over haar reizen en de geschiedenis van de Papoea’s. 

Annet: “Mijn vader heeft zijn diensttijd doorgebracht op verschillende plekken in Papua. Ondanks dat hij geen talenwonder was, kreeg hij al snel als enige van zijn groep de Indonesische taal onder de knie. Hij legde hierdoor eenvoudig contact met de Papoea’s. Jaren later hebben wij samen een georganiseerde reis naar Papua ondernomen. Ik zag reisgenoten spullen uitdelen aan de Papoea’s. Dat vond ik lastig want daarmee schep je een ongelijkwaardige relatie. Mijn vader pakte dit anders aan: hij ging tussen de Papoea-mannen staan, toonde belangstelling en ruilde voorwerpen die voor hen van nut konden zijn. Dat is mij altijd bijgebleven. Het is belangrijk dat we respectvol met de Papoea’s omgaan en hen als onze gelijken zien. Niet in de laatste plaats omdat zij door de Indonesiërs verre van respectvol worden behandeld. Het is bijzonder om te zien hoe vriendelijk de Papoea’s blijven, ondanks alles wat ze meemaken.

Tijdens mijn tweede bezoek aan Papua maakte ik kennis met Asmat-studenten die zich sterk maakten voor het behoud van hun erfgoed. Als lerares weet ik hoe belangrijk onderwijs is voor de ontwikkeling van jongeren. Daarom steun ik al geruime tijd het studiebeurzenprogramma van Hapin.

Ondanks dat ik sindsdien niet meer terug ben geweest, heeft Papua altijd mijn belangstelling gehouden. Onze stem in Nederland en internationaal is klein, dat voelt oneerlijk. Maar ik gun de Papoea’s boven alles een eigen plek zonder dat iemand hen vertelt hoe zij hun leven moeten leiden. Het is een trots volk met een bijzondere karakter, ik hoop dat dit behouden mag blijven.”

Annet Bakker