
‘Ik ben getrouwd met een vrouw die half Papua is. Ik heb dus veel familie in het gebied wonen en kom daar heel graag. Wat ik opvallend vind, is dat de positie van Papua-vrouwen ondanks alle goede initiatieven nog steeds heel slecht is. Dat zie je al op de markt, waar Papua-vrouwen in de brandende zon zitten, terwijl anderen veel betere plekjes hebben. Hoewel het de goede richting op gaat, valt er nog steeds veel werk te verrichten. Daarom word ik zo blij van dit project dat meiden in staat stelt om te doen wat ze het liefste doen: lekker voetballen. In Papua is het namelijk helemaal niet gebruikelijk dat meisjes een potje voetballen op het strand of op straat.’ Maar dat is niet alles. Het project biedt ook slaapgelegenheid voor meisjes die ver weg wonen, kunnen extra vakken volgen naast hun gewone schoolopleiding, zoals Engels, ondernemen en computerles.
‘Voetbal is enorm populair in Papua, en de Papua’s blinken er al jarenlang in uit. Zo werd mijn schoonvader eind jaren vijftig zelfs naar Nederland gehaald om hier te komen spelen. Dit project gaat natuurlijk veel verder dan alleen sport. Het bindt samen en overstijgt cultuurverschillen. Maar veel belangrijker: het versterkt indirect de positie van vrouwen, want meisjes die uitblinken krijgen een gevoel van eigenwaarde, het geeft hen zelfvertrouwen. Daar begint het natuurlijk allemaal mee.

