PapuaBron: Nederlands Dagblad

De kindersterfte onder Papoea’s is extreem hoog door structurele discriminatie van de Indonesische overheid. Er sterven zes keer zoveel Papoea-kinderen als andere kinderen in West-Papua. Dat constateert Stella Peters van de Universiteit Utrecht in haar onderzoek naar kindersterfte in West-Papua (Vogelkop-regio).

Volgens Peters maakt de regering in Jakarta zich schuldig aan ‘systematische achterstelling’ van Papoea’s. De verschillen in kindersterfte zijn ‘schrikbarend’ hoog, aldus de onderzoekster. Onder Papoea’s buiten de grote steden sterft ruim 18 procent van de kinderen op jonge leeftijd, terwijl dit voor andere inwoners veel lager uitvalt (3,6 procent).

Volgens Peters is de medische zorg in de steden in West-Papua beter dan de vaak slecht bereikbare binnenlanden waar een bijna homogene Papoea-bevolking woont. De Indonesische overheid doet niet genoeg om het gebrek aan gezondheidszorg in deze gebieden te verbeteren, aldus Peters. ‘Als er al een medische post is, dan staat deze vaak leeg of is zelfs achtergelaten. Personeel blijft weg. Het aanbod aan medicijnen is ontoereikend en vaak over de datum.’

De onderzoekster meent dat de buitensporige kindersterfte Indonesië aan te rekenen is. Jakarta komt zijn internationale afspraken niet na om een kwetsbare groep als de Papoea’s te helpen.