Indjir Hanasbei (41) woont in Amsterdam en werkt parttime als receptioniste bij het Aids Fonds / Stop Aids Now. Ze vertelt over haar betrokkenheid bij haar gezin en de Papoeagemeenschap.


Hoe ziet die betrokkenheid eruit?

“Ik denk vaak terug aan hele mooie tijden in Nieuwegein waarin de strijd naar een onafhankelijk Papua altijd centraal stond en nog steeds staat. Nog steeds ben ik betrokken bij de Papoeagemeenschap in Nederland. Dit geef ik door aan mijn kinderen. Mijn kinderen zijn nog erg jong en ik vind het belangrijk om er als moeder veel voor ze te zijn.
Vertel wat meer over jouw achtergrond.
“Mijn vader (red. Daniel Hanasbei) is geboren op kampong Engros, een dorp op het water dat bestaat uit houten paalwoningen. Het ligt niet ver van de hoofdstad Jayapura vandaan. Ik ben er in 2009 voor het laatst geweest. Ik hoop dat ik op een dag mijn kinderen het geboortedorp van hun opa kan laten zien.
Hoe ken je Hapin?
Ik heb Hapin leren kennen via mijn nicht Nancy Jouwe. Zij stelde mij voor aan een aantal medewerkers en al gauw werkte ik zo af toe als vrijwilligster. In de afgelopen jaren heb ik regelmatig achter een Hapin stand gestaan en heb ik af en toe voor logistieke en administratieve ondersteuning gezorgd.
Waarom steun je Hapin?
Ik kan met trots zeggen dat ik donateur ben van Hapin. Ik weet dat de mensen die hier werken het prachtige Papua heel diep in hun hart hebben zitten. Wat ik persoonlijk ook heel fijn vind, is dat Hapin zich niet bezig houdt met politiek, maar zich echt richt op de economische ontwikkeling en onderwijs. Daarnaast vind ik de aandacht voor de positie van de vrouw in Papua erg belangrijk.