Missie Hapin PapuaMet Trijntje Huistra introduceren we niet een doorsnee donateur, maar een vrouw die Papua goed kent. Ze werkte – met een  korte onderbreking – bijna veertig jaar lang als onderwijzeres en verpleegkundige onder de Papoea’s.

‘Ik ben mijn hele leven al geïnteresseerd in de zending en de zendingsverhalen. Papua kwam bij mij binnen vooral door het boek “Jungle Pimpernel” van Anthony van Kampen en door een prauw van het Sentanimeer die in de gang stond van de kweekschool  ‘Marienburg’ in Leeuwarden.

Op 15 juli 1960 vertrok ik naar Serui op het eiland Japen. Ik werkte er aan een christelijke lagere school. Na drie jaar keerde ik terug naar Nederland en ben ik de verpleegstersopleiding aan het Academisch Ziekenhuis van de VU in Amsterdam gaan doen.

In 1969 kwam ik in dienst van de zending van de Ned. Hervormde Kerk (Oegstgeest) en werd ik uitgezonden naar het  ziekenhuis  ‘Effatha’ van de GKI-kerk in Angguruk in de Yalimo-vallei. Ik werkte veertien jaar in het ziekenhuis en de  omringende dorpen en hield me bezig met de Moeder- en Kindzorg. Weer terug in Nederland volgde ik een korte  opleiding tot wijkverpleegster. Even daarna vertrok ik opnieuw naar Papua. Ik werd uitgezonden door de Vereinte Evangelische Mission in Wuppertal (Dld) naar Polimo in de Baliemvallei. Daar werkte ik samen met Käthe Glücks, een vroedvrouw, en had de opdracht  de vrouwen in de dorpen te helpen wegwijs te worden in de moderne tijd, die steeds meer invloed kreeg in de dorpen. Sinds  1998 is er een Vrouwencentrum annex Meisjesinternaat, dat geleid wordt door zowel vrouwen uit de Yalimo- als de Baliemvallei, de kust en uit Sumatra. Op 25 juni 2002 sloot ik na achttien jaar mijn werk in Polimo af’.

Een leven lang in dienst van de Papoea’s. Trijntje vertrok ooit met de gedachte dat zij de Papoea’s moest helpen. Na veertig jaar bekent ze dat de Papoea’s háár juist hebben geleerd wat helpen is. Over het werk van Hapin is ze beslist:

‘Ik hoop zo dat Hapin nooit de moed zal verliezen om steeds maar weer te investeren in de jeugd van Papua, ook al mislukt er  wel eens wat. Blijf doorgaan, houd persoonlijk contact, zoek de jeugd op die op straat leeft, die plotseling ophoudt met hun studie.  Zoek de mensen in de kampong op waar de school, de poli onbemand is en vraag waarom de guru en de mantri niet op  hun post zijn. En probeer dan als Hapin, samen met de dorpsbevolking iets op poten te zetten waarbij ze wél op hun post willen blijven. Hapin moet het blijven gaan om degenen die zonder hulp van de overheid hun leven beter willen maken, dus met hun  lijf, hun eigen handen, hun eigen hoofd, eerlijk en oprecht. Dankzij Hapin is dat bij veel Papoea’s gelukt!’.