Jeroen Overweel heeft na 5,5 jaar afscheid genomen als directeur van Hapin. Hieronder blikt hij terug en kijkt hij vooruit naar wat de toekomst in petto heeft voor Papua.

Is er leven na Hapin?
Ja hoor, maar ik ben in mijn werkzame leven natuurlijk wel heel veel met Papua bezig geweest. Het begon in Merauke, waar ik van ’91 t/m ’93 gewoond heb, werkend voor een kleine lokale ontwikkelingsorganisatie. Na terugkomst in Nederland heb ik bij de Rijksuniversiteit Leiden archiefonderzoek gedaan naar de met name 19e eeuwse geschiedenis van Nieuw Guinea. En dan Hapin vanaf 2006. Dat betekent dat Papua onderdeel van je leven is geworden en ook niet meer zal verdwijnen. En aan die veel te veel boeken over Papua thuis is ook niet te ontkomen.

Wat ga je doen?
Ik ga me bezig houden met Birma. Ook zo’n land waar veel te doen is. Overigens heb ik daar ook werkervaring liggen.

Wat heeft Hapin bereikt de afgelopen jaren?
In het begin hebben we veel gedaan aan het transparanter maken van de activiteiten en daarmee het verbeteren van de verantwoording van de uitgaven. Een goede vertegenwoordiging in Papua is daar onontbeerlijk bij. Het was eerlijk gezegd nogal een kluif om dat voor elkaar te krijgen. Ik ben dan ook erg blij dat Pt. Hapin er nu is, als rechtspersoon en als onze lokale zusterorganisatie. Pt. Hapin nam voor een gedeelte mijn werk hier in Nederland over, en dat is natuurlijk precies de beoogde uitkomst van ontwikkelingsamenwerking!

Wat gebeurt er verder met Hapin in Nederland?
Je merkt dat het voor een kleine organisatie als Hapin de laatste tijd lastig is geworden. Het specialisme van Hapin op Papua is een sterk punt, maar dat hoeft het niet noodzakelijkerwijs te zijn als het gaat om fondswerving. Men zit eerder op thema’s, in minder of meerdere mate ‘sexy’. Dan zie je hoe belangrijk de trouwe schare donateurs van Hapin is. Met hun bijdragen zorgen zij er voor dat Hapin nog wel een tijdje substantiële projectsteun in Papua kan blijven geven, uitgevoerd door het lokale Pt. Hapin.

En hoe zal het Papua vergaan denk je?
In die 20 jaar bouw je nogal een dikke huid op door al die verhalen over corruptie, mensenrechtenschendingen, slecht beleid. Naast de grootschalige mijnbouw van bijvoorbeeld Freeport dat nauwelijks een positief effect heeft op de ontwikkeling van de arme Papua bevolking, is daar de laatste tijd ook nog grootschalige plantagelandbouw bijgekomen. Het beschermen van de traditionele landrechten is dan ook heel belangrijk. De machten en krachten waar je tegen strijdt zijn groot. Maar er zit niets anders op dan dat lokale NGO’s, gesteund door internationale, zich blijven inzetten voor een eerlijk en goed ontwikkelingsbeleid in Papua. Belangrijk is de democratische ontwikkeling van Indonesië zelf. Na de kortstondige ‘Papua lente’ rond 2000 lijkt Papua daar part noch deel aan te hebben. Als dat in positieve zin verandert hoop ik dat de Papua civil society een beter beleid bij haar eigen overheid kan afdwingen.

Tenslotte?
Uiteraard heel veel dank aan de donateurs voor hun niet aflatende steun, en aan medewerkers en vrijwilligers in Nederland en Papua voor de prettige samenwerking al die jaren!