Nova Seseray met mondkapjeDe provinciale regering van Papua sloeg midden maart alarm toen bekend werd dat het coronavirus het eiland had bereikt. Er werd opgeroepen thuis te werken, een veilige afstand tot elkaar te bewaren en de handen vaak te wassen. Eind maart werden de eerste besmettingen officieel vastgesteld. Het waren mensen die onlangs uit andere delen van het land Papua waren binnengekomen. Begin april werden vliegvelden en havens gesloten. Hier in Sentani mag je op straat zaken doen tussen 8 en 2 uur. Mondkapjes en handschoenen zijn verplicht en in groepen bij elkaar zijn is verboden.

In de praktijk komt hier niets van terecht. De beschermingsmaterialen zijn er nauwelijks en aan social distancing hebben jongeren geen boodschap. De voedselkraampjes blijven druk bezocht. Het is een kwestie van overleven. Als je geen ambtenaar bent, dreigen je reguliere inkomsten vrijwel weg te vallen. Handel en zaken zijn immers op beperkte tijden van de dag mogelijk. Het aantal straatroven en inbraken neemt met de dag toe. De regering zegt voor de basisvoedselvoorziening te zorgen, maar dat geldt maar voor een beperkt aantal wijken rond de hoofdstad Jayapura.  Sinds 20 april mogen er na 2 uur geen voertuigen meer de weg op.  Overtredingen worden streng bestraft. Als je niet meewerkt betekent dat in Sentani zweepslagen van de politie of de gevangenis in. Rond Jayapura zijn de regels soepeler. Het bestuur van de provincie West Papua is pas midden april in actie gekomen nadat er verschillende besmettingen waren vastgesteld. De mensen zijn bang en onzeker over de toekomst.