Bliksembezoek

Door: Marl Pluijmen

Nadat ik er jaren vooral op papier mee bezig was geweest, ging ik nu echt. Eindelijk Papua, een bliksembezoek van nog geen week. Ik hoef u natuurlijk niet te vertellen hoe mooi het daar is. Grote kans dat u er zelf hebt gewoond of gereisd. En zelfs al is dat niet het geval, dan bent u als donateur bekend met het beeld dat Hapin zo natuurgetrouw mogelijk schetst. Prachtige natuur dus, intrigerende mensen ook, talloze uitdagingen, maar minstens zo veel kansen.

Papua als reisbestemming is een heel ander verhaal. Dat wil ondanks al die overdaad aan natuur en cultuur niet zo lukken. Ergens is dat heel prettig. Het idee van luxe resorts en backpacker- uitspanningen jaagt een beetje alternatieve toerist namelijk de stuipen op het lijf. De Papua-liefhebber wil het gebied het liefste voor zichzelf hebben. Nergens ter wereld kun je zodanig de illusie koesteren dat niemand je voor is geweest.

Toch kan het geen kwaad om verder te kijken. Veel Papua’s zien zelf namelijk wel degelijk de mogelijkheden van toerisme. Het brengt inkomen, toekomst en soms zelfs -paradoxaal genoeg- behoud van eigen cultuur. Het is een trots volk. Die trots impliceert aan de ene kant dat te veel bemoeienis van buitenaf onwenselijk is, maar aan de andere kant dat er een sterk verlangen is om uit te dragen waar het voor staat. Daarom nemen Papua’s je mee in hun verhalen en laten ze je delen in de schoonheid van hun land. Over Papua als reisbestemming wordt nogal moeilijk gedaan. Reisgidsen zijn summier met informatie, de ambassade werkt niet mee en Indonesiërs noemen je ‘gek’ dan wel ‘dapper’ als ze van je plannen op de hoogte worden gebracht. Ongetwijfeld goed bedoeld, maar ronduit stuitend was de boodschap van een wat oudere man die ik op weg naar de Baliem had ontmoet. Per sms liet hij me weten: ‘Dear Miss Marl. Please stay away from Papua men. Especially the indigenous, as HIV/AIDS is spreading very rapidly in the Baliem!’ (…)

Hoe groot kan het contrast met de werkelijkheid zijn! Ieder tafereel had zo op een schilderij gekund. Tegen de achtergrond waren er de bergen, op het middenpaneel de dorpjes en helemaal voorin spelende kinderen of rokende vrouwen. Gids Justinus nam me mee de bergen in. Hoe later, donkerder en kouder het werd, des te meer vertelde hij over het land dat hij zo lief had. Een mengeling van trots en treurigheid. Hij snapte niet dat er zo weinig toeristen kwamen. Of ik een lans voor Papua wilde breken. De mensen in Nederland wilde aanmoedigen naar Papua te komen. Ik mocht ze ook over de geschiedenis vertellen. Maar ze moesten vooral gewoon komen. Bij deze.