Beleidsplan HAPIN: “Een steen in de rivier”


Inhoudsopgave


“ik heb een steen verlegd
in een rivier op aarde

het water gaat er anders dan voorheen

de stroom van een rivier hou je niet tegen

het water vindt er altijd een weg omheen

misschien eens gevuld door sneeuw en regen

neemt de rivier mijn kiezel met zich mee

om hem dan glad en rond gesleten

te laten rusten in de luwte van de zee

ik heb een steen verlegd

in een rivier op aarde

nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten

ik lever de bewijs van mijn bestaan

omdat door het verleggen van die ene steen

de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan”

(Bram Vermeulen)


Voorwoord

Het maken van beleidsplannen behoort over het algemeen niet tot de kernactiviteit van kleinschalige vrijwilligersorganisaties die met bescheiden middelen de nadruk willen leggen op concrete activiteiten. Dat geldt ook voor de Stichting Hulp aan Papua’s in Nood. In de vijfentwintig jaar van haar bestaan heeft HAPIN de beschikbare energie aangewend voor het realiseren van haar primaire doelstelling: de directe ondersteuning van de autochtone Papua-volken van het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea. Met de statuten van de oprichtingsakte als leidraad werden de werkwijze en organisatie in de loop van de jaren ontwikkeld, in de notulen vastgelegd en, indien noodzakelijk, aangepast aan veranderende omstandigheden. Donateurs en belangstellenden werden, en worden, geïnformeerd over de activiteiten van HAPIN via de nieuwsbrief HAPINieuws.

Het bestuur van Stichting HAPIN had, mede door de groei en differentiatie van activiteiten, in toenemende mate behoefte aan een notitie waarin zowel uitgangspunten, werkwijze als de plannen voor de komende jaren, in samenhang worden weergegeven. Enerzijds als ijkpunt voor de eigen activiteiten, anderzijds als middel om donateurs en andere belangstellenden, belanghebbenden en verwante organisaties te informeren over waar HAPIN voor staat en wat van HAPIN mag worden verwacht.

Wij hopen dat deze notitie daarin voorziet en tegelijkertijd een bijdrage levert aan het, opnieuw, onder de aandacht brengen van de noodzaak tot steun aan de Papua-volken die meer dan ooit in hun voortbestaan worden bedreigd.

Wieger Bakker (voorzitter)

Wietse Tolsma (secretaris)



terug naar inhoudsopgave


1. Een toekomst met verleden


Doelstelling en achtergrond van Stichting HAPIN


1.1 Aanleiding

De stichting Hulp aan Papua’s in Nood (HAPIN) bestaat in 1997 vijfentwintig jaar. Vanaf haar oprichting in 1972 heeft HAPIN zich tot doel gesteld ” het welzijn (te behartigen) van de in nood verkerende autochtone bevolking van het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea (West Papua of West Irian), door haar alle mogelijke financiële, materiële en morele steun te verlenen” (artikel 2 lid 1 Statuut Stichting HAPIN).

HAPIN is een onafhankelijke particuliere organisatie die haar doelstelling realiseert door “..het organiseren van hulpacties in allerlei vorm, in en buiten Nederland” en het

“.. contacten leggen en onderhouden met andere organisaties wanneer het gestelde doel zulks wenselijk maakt” (Artikel 2, lid 2 en 3). In de praktijk komt dit neer op het mobiliseren van steun voor activiteiten gericht op het versterken van de economische, sociale en culturele positie van de Papua-volken. Tevens wordt in het verlengde daarvan aandacht besteed aan de (mensen)rechten van de Papua-volken. Het accent ligt op activiteiten ter plekke voor de inheemse bevolking van West-Papua/Irian Jaya, op activiteiten voor de uit West-Papua/Irian Jaya afkomstige bevolking in Papua New Guinea en, in geringere mate, op activiteiten in Nederland die zijn gerelateerd aan de doelstelling van HAPIN. De middelen die hiertoe worden opgebracht door de donateurs van HAPIN (momenteel ongeveer 15.000) zijn de afgelopen jaren gegroeid tot ongeveer f 625.000 in 1996. Deze middelen worden besteed aan studiefinanciering; kleinschalige ontwikkelingsprojecten op de terreinen van onderwijs, arbeid, jeugd en gezondheid; hulp bij calamiteiten en natuurrampen; vluchtelingenhulp; steun bij organisatie-opbouw en informatievoorziening door Papua-organisaties; activiteiten op het terrein van informatie en publiciteit. Ook fungeert HAPIN in voorkomende gevallen als bemiddelaar/penvoerder voor kleinere hulporganisaties en -fondsen.

HAPIN is primair een vrijwilligersorganisatie. De werkzaamheden werden en worden uitgevoerd door een klein uitvoerend bestuur, in sommige periodes aangevuld met enkele vrijwilligers. Sinds een jaar heeft HAPIN een staffunctionaris in dienst voor 1 dag per week. Vrijwel zonder uitzondering worden projecten geïnitieerd, georganiseerd en uitgevoerd door de lokale bevolking. HAPIN werkt daartoe samen met stichtingen ter plekke en enkele (onbezoldigde) lokale hulpcoördinatoren die actief zijn op terreinen als advies, financiële afwikkeling, rapportage en toezicht. HAPIN heeft zelf geen ter plekke gestationeerde medewerkers, maar houdt zicht op de ontwikkelingen via de lokale partners en hulpcoördinatoren, via (één of twee jaarlijkse) werkbezoeken en -incidenteel- via medewerkers van andere (Nederlandse) organisaties ter plekke.

De laatste jaren doen zich ontwikkelingen voor die een aanpassing en vernieuwing wenselijk maken van de werkwijze van HAPIN. De hoeveelheid werk is te omvangrijk geworden, meer dan in het verleden doet zich de noodzaak voor tot selectie en prioritering van activiteiten en, tegelijkertijd, moet ruimte gecreëerd worden voor de ontwikkeling van nieuwe activiteiten.

Ten eerste is de laatste jaren sprake geweest van een aanzienlijke toename en differentiatie van hulpaanvragen. Dit werd mede veroorzaakt doordat relatief weinig Nederlandse hulporganisaties actief zijn in Irian Jaya en de grotere medefinancieringsorganisaties (NOVIB, ICCO, Bilance, HIVOS) geen of slechts beperkte toegang (meer) hebben tot Indonesië.

Ten tweede is met name de afgelopen 5 tot 10 jaar het donateursbestand aanzienlijk gegroeid. Daardoor konden meer middelen worden gegenereerd en projectaanvragen gehonoreerd. De werkbelasting nam daarmee evenredig toe. Tegelijkertijd is er sprake van een geleidelijke verandering van het donateursbestand en van een in het algemeen veranderende verhouding tussen hulporganisaties en donateurs. De binding van donateurs met hulporganisaties is minder langdurig en vanzelfsprekend dan in het verleden en, meer dan in het verleden, wordt van hulporganisaties verwacht dat zij systematisch rapporteren en verantwoording afleggen over de besteding van middelen. In het geval van HAPIN speelt bovendien mee dat de (grote) groep donateurs die nog een persoonlijke band met Nieuw Guinea heeft, langzaam vergrijst. Voor HAPIN is daarom een actieve fondsenwerving noodzakelijk om ten minste de huidige omvang van de hulpverlening op peil te kunnen houden.

In de derde plaats leeft binnen het bestuur de ambitie om, gezien de actuele omstandigheden in Irian Jaya, de hulpverlening uit te breiden. Een en ander genereert een hoeveelheid werk die met de eerdere werkwijze de krachten van het bestuur te boven gaat.

Het afgelopen jaar heeft het bestuur van HAPIN een aanvang gemaakt met de genoemde vernieuwing. In deze notitie wordt de richting van die vernieuwing naar inhoud en organisatie verder uitgewerkt en vastgelegd. Deze notitie dient als leidraad voor de activiteiten in de komende twee jaar en zal in een jaarlijks werkplan naar aanleiding van de dan actuele situatie worden bijgesteld. Tevens biedt deze notitie een overzicht op hoofdlijnen van de werkwijze van HAPIN en van de criteria en procedures die HAPIN als richtlijn hanteert bij projectaanvragen.


terug naar inhoudsopgave


1.2 Achtergrond en actualiteit

De achtergrond voor het werk van HAPIN vormt de benarde en achtergestelde positie van de Papua-volken in hun eigen land en de geringe aandacht daarvoor binnen Nederland en binnen de internationale gemeenschap. Een achterstelling die naar voren komt op zowel economisch, sociaal, cultureel als politiek terrein. Een achterstelling ook die mede het gevolg is van de inlijving bij Indonesië in 1969, onder de naam Irian Jaya, ondanks eerder door Nederland en de VN gedane toezeggingen over het recht op zelfbeschikking. De wijze waarop met dit toegezegde recht op zelfbeschikking was omgegaan bij de implementatie van de zogenoemde ‘Act of Free Choice’ en de gevolgen die dit had voor de (on)mogelijkheden van de Papua-volken om hun rechten en aanspraken te realiseren, vormde destijds in Nederland de aanleiding tot de oprichting van HAPIN. Sindsdien hebben de transmigratie van enkele honderdduizenden Indonesiërs en de grootschalige exploitatie van bodemschatten er gezamenlijk toe geleid dat voor de oorspronkelijke economie van de Papua’s steeds minder plaats is terwijl de nieuwe economie nauwelijks plaats biedt aan de Papua’s. Het verzet hiertegen van Papuagemeenschappen kon en kan rekenen op strenge repressie door de lokale autoriteiten en heeft in de loop der jaren duizenden slachtoffers geëist. Samengevat zijn de Papua-volken van Irian Jaya de afgelopen decennia het slachtoffer geworden van internationale machtspolitiek, een problematische dekolonisatie en de zogenoemde ‘Javanisering’ van de samenleving. Tegelijkertijd moesten zij veelal de middelen en vaardigheden ontberen om zich binnen die samenleving een volwaardige en eigenstandige positie te verwerven.

De actualiteit van de doelstelling van HAPIN is in de bijna 25 jaar van haar bestaan eerder toegenomen dan afgenomen. De recente problemen rond de koper- en goudmijn Freeport McMoran, de rellen in de hoofdstad Jayapura, de aantallen vluchtelingen in Papua New Guinea, de rapporten over de mensenrechtensituatie van Amnesty International, de Indonesische Bisschoppenconferentie en Australische mensen-rechtenorganisaties evenals de dramatische gebeurtenissen rond de gijzeling in het Tiom-district, getuigen daarvan. Bovendien zijn delen van Irian Jaya nog getroffen door omvangrijke natuurrampen; het meest recent is de aardbeving en vloedgolf op het eiland Biak in het voorjaar van 1996 welke vele doden en -nog steeds- tienduizenden daklozen tot gevolg had.

In zekere zin is de situatie waarin de Papua-volken verkeren niet uniek. Er zijn ook andere inheemse volken die gebukt gaan onder de grootschalige economische exploitatie van hun gebieden, geconfronteerd worden met ontkenning of onderdrukking van hun cultuur en te maken krijgen met repressie en schendingen van de mensenrechten. De ontwrichting van traditionele samenlevingen is ook, en misschien nog wel meer, bekend van de Indiaanse samenlevingen op het Amerikaanse continent en bij de Aboriginals van Australië.

Voor Nederland is de positie van de (inheemse) bevolking van West-Papua/Irian Jaya om meerdere redenen wel uniek. De toekomst van de Papua-volken wordt getekend door het verleden dat zij met Nederland hebben. Dat geldt niet alleen voor de staatkundige structuur van Indonesië waar Irian Jaya deel van uitmaakt of voor de grenzen die samenvallen met het vroegere Nederlands-Indië. Ook het huidige en veelvormige streven van Papua-volken om op enigerlei wijze richting te kunnen geven aan de eigen ontwikkeling, is verbonden met door Nederlanders ontwikkelde ideeën en toezeggingen die in de periode voor 1963 door de Nederlandse autoriteiten zijn gedaan. Dat de Papua-gemeenschappen voor steun bij de eigen ontwikkeling in het bijzonder een beroep doen op Nederland is vanuit dat perspectief begrijpelijk. Des te tragischer is het dat datzelfde verleden de mogelijkheden en de wil tot Nederlandse (overheids)steun bij de toekomstige ontwikkeling van de Papua-volken beperken. De combinatie van een onverwerkt verleden en economische belangen blijkt daarvoor een onvruchtbare bodem te hebben geschapen.

Juist nu de vele en unieke Papua-culturen ten onder dreigen te gaan aan snelle en grootschalige economische veranderingen is daarom de noodzaak tot steun van particuliere organisaties actueler dan ooit. Steun om in een snel veranderende samenleving niet alleen te kunnen overleven, maar om ook duurzaam een plaats te kunnen verwerven die recht doet aan de eigenheid van de Papua-volken. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet alleen om het bedreigd zijn van de traditionele, uit de media en het zogenoemde ‘steentijd-toerisme’ bekende, gemeenschappen uit de binnenlanden. Veel problemen op terreinen van werkloosheid, onvoldoende scholing of medische zorg doen zich juist voor in de meer stedelijke gebieden.


terug naar inhoudsopgave


1.3 Perspectieven op de toekomst

De toekomstige bijdrage van HAPIN aan de eigen ontwikkeling van de Papua-volken zal bescheiden zijn. Alleen al de beperkte middelen die ter beschikking staan, zowel in geld als in menskracht, nopen tot bescheidenheid in ambities. Een dam willen opwerpen tegen de ontwikkelingen die de Papua-volken bedreigen is voor een kleine organisatie, voor welke organisatie dan ook, een bij voorbaat illusoir streven. De belangrijkste factor voor de ontwikkeling van de Papua-volken wordt gevormd door hun eigen kracht. Desondanks is het bestuur van HAPIN van mening dat de activiteiten van een kleine en kleinschalig opererende organisatie als HAPIN een wezenlijke bijdrage kunnen leveren en dat nog vele mogelijkheden onbenut zijn gebleven. Die bijdrage en mogelijkheden liggen primair op het terrein van kleinschalige projecten die een duurzame bijdrage leveren aan het versterken van de economische, sociale en culturele positie van lokale Papua-gemeenschappen. Het, mede langs die weg, bieden van morele steun aan de Papua-gemeenschappen en het in Nederland blijvend aandacht vragen voor de positie van de Papua-volken liggen in het verlengde daarvan. Op die wijze hoopt HAPIN, als een steen in de rivier, een bescheiden bijdrage te leveren aan het verleggen van de stroom van ontwikkelingen die de Papua-volken bedreigen.


terug naar inhoudsopgave


1.4 Ambities en condities


HAPIN stelt zich voor de komende jaren de volgende doelen:

  1. het verhogen van de efficiënte besteding en effectiviteit van beschikbare middelen;
  2. een realistische en voor de organisatie hanteerbare groei van fondsen;
  3. concentratie op kleinschalige projecthulp met een duurzaam karakter met een zo groot mogelijk draagvlak binnen en baten voor lokale gemeenschappen;
  4. ontwikkeling van een netwerk van ‘partner-organisaties’ ten behoeve van de mede-financiering en -uitvoering van projecten;
  5. een efficiëntere werkwijze van de eigen organisatie.

De activiteiten waar HAPIN zich op richt en de komende jaren op zal richten kunnen worden samengevat onder de volgende noemers:


1) kleinschalige projecten onderwijs, arbeid, jeugd- en gezondheidszorg

Bij deze, verreweg de grootste, categorie van door HAPIN gesteunde projecten, gaat het om terreinen waarop sprake is van een aanzienlijke achterstand van en/of beperkte toegang voor Papua’s. Bij onderwijs gaat de aandacht zowel uit naar kadervorming (studiebeurzen hoger onderwijs) als naar de infrastructuur voor lokale onderwijsinstellingen (gebouwen/inventaris) waarbij het beroepsonderwijs een belangrijke plaats inneemt. Steun bij de opzet van kleine ondernemingen vormt een prioriteit bij het verwerven van een plaats op de lokale arbeidsmarkt. Op het terrein van gezondheidszorg wordt een belangrijke plaats ingeruimd voor hulp aan voor Papua’s toegankelijke instellingen op het terrein van gezondheidszorg, bij de opbouw van de infrastructuur, het verwerven van apparatuur of aankoop van medicijnen.

Ook bij de hulp voor vluchtelingen in Papua New Guinea gaat het primair om projecten die onder deze noemer vallen.

De opvang van en zorg voor ontheemde Papua-kinderen en het onderdak bieden aan scholieren uit het binnenland, vindt plaats in een aantal door HAPIN gesteunde internaten welke mede een randvoorwaarde vormen tot het kunnen volgen van onderwijs.


2) hulp bij calamiteiten

Hierbij gaat het zowel om incidentele noodhulp bij (natuur)rampen als om bijdragen aan wederopbouw.


3) organisatie-opbouw en informatievoorziening

Hieronder valt steun aan activiteiten van Papua-organisaties in de Pacific en in Nederland die gericht zijn op organisatie-ontwikkeling binnen de Papua-gemeenschappen en gericht zijn op publieke informatievoorziening.


4) inSPANiduele hulpverlening

In een beperkt aantal gevallen wordt hulp met een aanvullend karakter verleend aan inSPANiduele Papua’s die als gevolg van bijzondere omstandigheden in (financiële) nood zijn komen te verkeren.


5) publiciteit

Dit betreft activiteiten van HAPIN ten behoeve van donateurs of gericht op een breder publiek met betrekking tot het informeren over projecten en op het onder de aandacht brengen van de actuele omstandigheden waarin de Papua-volken zich bevinden. Naast sociale, economische en culturele aspecten gaat het daarbij tevens om ontwikkelingen op het terrein van de ecologie en de situatie van de mensenrechten.

HAPIN kiest de komende twee jaar voor een geleidelijke uitbouw van activiteiten en vernieuwing van de werkwijze. Een beperkende conditie is dat de beschikbare menskracht gelimiteerd is. Te abrupte verandering van werkwijze of inzet van beschikbare tijd zou de voortgang van lopende werkzaamheden in gevaar kunnen brengen. Bovendien wil HAPIN niet meer van de beschikbare middelen gebruiken voor de organisatie en de verwerving van fondsen dan nu het geval is. HAPIN hanteert daarvoor als maximum de algemeen aanvaarde norm van 25% van de inkomsten en de richtlijnen zoals opgesteld door het Centraal Bureau Fondsenwerving. Een snelle professionalisering van de organisatie behoort daarom op dit moment niet tot de mogelijkheden.

Een randvoorwaarde bij het realiseren van de doelstellingen is minimaal het op peil blijven van de omvang van het aktieve donateursbestand. Gezien de ‘vergrijzing’ van het donateursbestand is alleen al daarvoor actieve werving van nieuwe donateurs onder jongeren en bijzondere doelgroepen noodzakelijk.


terug naar inhoudsopgave


2. Hulpverlening en werkwijze


2.1 Uitgangspunten, criteria en procedures

De werkwijze van HAPIN bij het beoordelen en honoreren van hulpaanvragen dreef tot voor kort in hoge mate op de ervaringskennis en het (lokale) relatienetwerk van de bestuursleden. Om een aantal redenen stond deze werkwijze onder druk en bestond behoefte aan een meer systematische en beter overdraagbare wijze van besluitvorming over selectie, afhandeling en voortgangscontrole van hulpaanvragen. Ten eerste noodzaakt de stijging van de aantallen verzoeken om hulp meer dan in het verleden tot het selecteren van hulpaanvragen. Ten tweede noodzaakt de groei van de omvang van de ter beschikking gestelde bedragen tot een meer nauwgezette monitoring van de voortgang. Ervaringen met betrekking tot soms ondoelmatige bestedingen van middelen ter plekke en in enkele gevallen twijfels over de zinvolheid van sommige typen projecten versterken dit nog. Het beperkt aantal hulpcoördinatoren ter plekke maakt HAPIN afhankelijk en kwetsbaar bij de beoordeling en het zicht houden op de voortgang van projecten.

Voor de komende periode wordt daarom gestreefd naar een grotere mate van standaardisering bij de afwikkeling van hulpaanvragen en controle op de voorgang van projecten. Een en ander met instandhouding van de uitgangspunten die HAPIN hanteert bij de toekenning van hulp. Deze zijn in hoofdlijnen de volgende:

  1. De projecten dienen bij te dragen aan de duurzame verbetering van de sociale, economische en culturele positie van de autochtone bevolking van Irian Jaya;
  2. De projecten dienen een zo breed mogelijk draagvlak te hebben onder de lokale bevolking. Gezien de grote lokale verschillen, de vaak sterk verschillende en complexe lokale verhoudingen is een voldoende draagvlak voor projecten van groot belang;
  3. De projecten dragen in beginsel een kleinschalig karakter en de daaraan verleende steun is bij voorkeur aanvullend van aard;
  4. De projecten worden in beginsel geïnitieerd, opgezet, gemanaged en uitgevoerd door de lokale bevolking;
  5. Aan projecten die voortbouwen op initiatieven die reeds door lokale gemeenschappen in uitvoering zijn genomen, wordt prioriteit gegeven.

Activiteiten, waarmee in 1996 een aanvang is gemaakt en die in 1997 zullen worden afgerond, om te komen tot een stroomlijning van de behandeling van hulpaanvragen zijn:

  1. standaardisatie van en het in de vorm van een aanvraagformulier meertalig vastleggen van beoordelingscriteria, eisen ten aanzien van voortgangsrapportage en toekennings-procedures;
  2. richtlijnen voor prioriteitstelling ten aanzien van hulpaanvragen;
  3. wijziging van de begrotings- en besluitvormingsystematiek;
  4. structurele invulling van hulpcoördinatie in Irian Jaya en PNG.


terug naar inhoudsopgave


2.2 Fondsenwerving en informatievoorziening

De drie maal per jaar verschijnende nieuwsbrief van HAPIN vormt sinds jaar en dag de ruggegraat van de informatievoorziening naar de donateurs toe en van de fondsenwerving. Sinds de vernieuwing van inhoud en vormgeving heeft deze zich ontwikkeld tot het belangrijkste medium van HAPIN. Tevens is in 1996 een tweetal nieuwe informatiefolders ontwikkeld. Daarnaast draagt het recent vernieuwde comité van aanbeveling bij tot een duidelijker profilering van HAPIN en zijn in het afgelopen jaar stappen ondernomen tot een verdere professionalisering van berichtgeving naar de media. Tegelijkertijd bestaat de behoefte om de werkzaamheden van HAPIN breder en meer geprofileerd onder de aandacht te brengen van toekomstige donateurs, fondsen en organisaties waarmee op het terrein van uitvoering van projecten kan worden samengewerkt, dan wel waar hulpaanvragen of verzoeken om informatie naar toe kunnen worden doorverwezen. Hiertoe zullen in de periode 1997-1998 de volgende activiteiten worden ondernomen:

  1. De jaarlijkse publicatie van een inhoudelijk verslag van activiteiten;
  2. Het jaarlijks laten verschijnen van een speciale uitgave van HAPINieuws

    met een jaarverslag van projecten;
  3. De samenstelling van een basisinformatiepakket waarin naast algemene informatie losse projecten-leaflets worden opgenomen;
  4. Nadruk op publiciteit voor specifieke doelgroepen (ten koste van advertenties in de landelijke pers);
  5. Het inschakelen bij publiciteitsacties van zogenoemde ‘actieve donateurs’.

Daarnaast zal HAPIN in 1997 een verzoek indienen tot erkenning door het Centraal Bureau Fondsenwerving. Aangezien HAPIN in het verleden een stabiel bestand aan donateurs kende welke bekend waren met het werk van HAPIN, is een dergelijke aanvraag nog niet eerder gedaan.

Voor de langere termijn streeft HAPIN naar de ontwikkeling van op bijzondere doelgroepen afgestemd voorlichtingsmateriaal en naar een netwerk van vrijwilligers die de positie van de Papua-volken en de activiteiten van HAPIN op manifestaties en via spreekbeurten onder de aandacht kunnen brengen.


terug naar inhoudsopgave


2.3 Samenwerking en netwerk-activiteiten

HAPIN acht samenwerking en afstemming van werkzaamheden met andere Nederlandse organisaties op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking in toenemende mate van belang. De reden daarvoor is dat op de terreinen van informatievoorziening, het verstrekken van projectsteun en de voor uitvoering van projecten benodigde informatie en expertise, regelmatig verzoeken op HAPIN af komen waaraan slechts in beperkte mate kan worden voldaan. Bovendien is de hulpverlening door particuliere organisaties aan de Papua-volken vanuit Nederland fragmentarisch en verspreid. Ook HAPIN heeft in het verleden relatief geïsoleerd gewerkt. Wel bestonden incidentele contacten met de Raad voor de Zending en enkele kleinere hulporganisaties. Juist gezien de financieël en in menskracht beperkte mogelijkheden van een kleine organisatie als HAPIN, kan via de samenwerking met andere organisaties een bundeling van krachten plaatsvinden.

Voor HAPIN gaat het daarbij ten eerste om de doorverwijzing van verzoeken om informatie en ondersteuning naar andere organisaties (makelaarsfunctie). Ten tweede kan gedacht worden aan ‘co-sponsorship’ van projecten. In de derde plaats gaat het daarbij om wederzijdse uitwisseling van kennis en informatie. Ten vierde kan de samenwerking met andere organisaties gestalte krijgen in de assistentie bij de uitvoering en monitoring van projecten. Tenslotte kunnen -kleinere- fondsen via HAPIN projecten ondersteunen.

Op een aantal van deze terreinen is de afgelopen jaren ervaring opgedaan. Zo steunt de stichting ‘Lichttoren’ een school voor gehandicapte kinderen in Nabire en een internaat op het eiland Serui en zijn er contacten met het ‘project Uitzending Managers’ bij de uitvoering van projecten op onderwijsgebied. In 1996 is de samenwerking in de vorm van een co-sponsorship gestart met de Stichting Oecumenische Hulp ten behoeve van een transportproject voor vluchtelingen in Papua New Guinea.

HAPIN wil de samenwerking met andere Nederlandse organisaties de komende jaren uitbreiden. Hiertoe zal systematisch de voor HAPIN relevante omgeving in kaart worden gebracht. Daarbij gaat het vooreerst om organisaties die zich bezighouden met de volgende activiteiten:

  1. organisaties op het terrein van informatie verzamelen en verstrekken over Nieuw Guinea (volken/natuur/economie/mensenrechten). HAPIN zou voor haar eigen informatievoorziening en voor het doorverwijzen daarvan gebruik kunnen maken;
  2. organisaties die fondsen werven en verstrekken voor ontwikkelingsactiviteiten. Hier zou HAPIN bepaalde projecten bij onder kunnen brengen, mede kunnen financieren of kunnen bemiddelen;
  3. organisaties die zich bezig houden met het uitvoeren van ontwikkelingsprojecten in Irian Jaya en/of Papua New Guinea;
  4. organisaties uit het bedrijfsleven die via sponsoring (al dan niet in natura) bij kunnen dragen aan de ondersteuning van projecten.

Met de Stichting Studie en Informatie Papua Volken (PaVo) bestaat een nauwe samenwerking op het terrein van informatie-uitwisseling. Het komende jaar zal worden nagegaan op welke wijze de samenwerking wat betreft informatievoorziening en infrastructuur kan worden uitgebreid.

Bijzondere aandacht bestaat voor de samenwerking met Papua-organisaties in West-Papua/Irian Jaya en Papua New Guinea op het terrein van de assessment van projectaanvragen, monitoring en toezicht op de uitvoering van projecten. De mogelijkheden tot uitbreiding en formalisering van bestaande contacten zijn daartoe in 1996 verkend. Vanaf 1997 zal een adviescommissie in Irian Jaya pre-adviezen uitbrengen over projectaanvragen. Deze commissie bestaat uit leden van enkele (grotere) hulporganisaties van Papua’s ter plekke en financieël-economische deskundigen uit het bestuur van de Phidecbank (een mede met steun van NOVIB opgerichte bank voor Papua’s).


terug naar inhoudsopgave


3. Bestuur en organisatie

De werkzaamheden van HAPIN werden tot voor kort vrijwel uitsluitend uitgevoerd door de (6) leden van het bestuur. Incidenteel werd een beroep gedaan op adviseurs of, voor werkzaamheden als de vertaling van correspondentie of projectaanvragen, op enkele vrijwilligers.

Het HAPIN-bestuur kent tot nog toe een zestal portefeuilles welke deels verbonden zijn met inSPANiduele bestuursleden en deels zijn ondergebracht in werkgroepen die bestaan uit meerdere bestuursleden. Het gaat daarbij om de portefeuilles voorzitter, secretaris, penningmeester, werkgroep studiebeurzen, werkgroep (projecten) West-Papua, werkgroep (projecten) PNG, PR en fondsenwerving. De besluitvorming vond veelal plaats in de (voltallige) bestuursvergaderingen.

De huidige omvang en SPANersiteit van activiteiten blijkt niet meer aan te sluiten bij deze organisatievorm. Gestreefd wordt daarom naar een zodanige vernieuwing van de organisatie dat HAPIN op een adequate wijze haar doelstellingen kan realiseren. Getracht wordt dit gestalte te geven door een wijziging van de besluitvorming, door een beroep te doen op meerdere (vrijwilligers)medewerkers en door een beperkte professionalisering van de organisatie wanneer de beschikbare middelen dat mogelijk maken.

  1. De besluitvormingssystematiek was tot nog toe zodanig dat de portefeuillehouders en/of de werkgroepen het leeuwedeel van de besluiten voor hun rekening namen. Maar over een groot aantal onderwerpen vond ook besluitvorming plaats binnen het voltallige bestuur. In het algemeen kan worden gesteld dat de bestuursleden voor hun inhoudelijke portefeuilles structureel te kampen hadden met tijdgebrek waardoor periodiek een ongewenste vertraging kon ontstaan in de behandeling van hulpaanvragen. Bovendien droeg de besluitvorming een volgens het HAPIN-bestuur te reactief en te ad-hoc karakter.

De werkwijze van het bestuur wordt vanaf 1997 zodanig gewijzigd dat de portefeuillehouders een ruimere gebudgetteerde beslissingsbevoegdheid krijgen. Deze beslissingsbevoegdheid zal zijn gelimiteerd, plaatsvinden in samenspraak met de secretaris en zijn ingebed in een strakkere begrotingssystematiek waarover, voorafgaand, besluitvorming plaatsvindt door het voltallige bestuur.

  1. Gestreefd wordt naar een versterking van de organisatie in termen van menskracht en expertise door een beroep te doen op vrijwillige medewerkers. Deze kunnen voor bijzondere projecten of als adviseurs worden toegevoegd aan de werkgroepen. Tevens kunnen zij (formeel zonder stemrecht) deelnemen aan de reguliere bestuursvergaderingen. Met een dergelijke uitbreiding van de organisatie is in 1996 een begin gemaakt.
  2. Twee van de portefeuilles, penningmeester en secretaris, hebben zich qua omvang zodanig ontwikkeld dat zij niet (volledig) in de vrijwilligerssfeer kunnen worden vervuld. Voor de portefeuille van secretaris bestaat sinds 1-8-1995 een voorziening in de vorm van de functie van stafmedewerker voor een dag per week. Gestreefd wordt naar een voorziening in 1997 in de vorm van een financieël/administratief medewerker ter ondersteuning van de penningmeester. Nagegaan zal worden wat de toekomstige mogelijkheden zijn, al dan niet in samenwerking met andere organisaties, voor verdere professionalisering van de staffunctie, de financiële- en project-administratie, en de documentatie.


terug naar inhoudsopgave


4. Activiteiten 1997-1998

 


4.1 Hulpverlening, fondsenwerving, informatie en organisatie

  1. Wat betreft de hulpverlening gaat het in 1997 om het continueren en waar mogelijk uitbouwen van bestaande, succesvolle of veelbelovende, projecten. Mede om de continuïteit van langlopende projecten te kunnen garanderen wordt er naar gestreefd het eigen vermogen van Stichting HAPIN te vergroten. Om die reden zal in 1997 terughoudendheid worden betracht met het starten van nieuwe projecten. In 1997 wordt de aandacht geconcentreerd op een beperkt aantal nieuwe projecten

    (zie 4.2)
    .In de tweede plaats zullen in 1997 de procedures rond aanvragen en beoordeling van nieuwe projecten nader worden uitgewerkt en toegankelijk worden gemaakt voor partner-organisaties en belanghebbenden in Nederland en ter plaatse. Dat geldt tevens voor de nadere invulling van advisering over projectaanvragen en het toezicht op de voortgang van projecten door lokale deskundigen en instellingen als de Phidecbank.Ten derde wordt 1997 benut voor de selectie en voorbereiding van nieuwe, in 1998 te starten, projecten.
  2. De activiteiten rond fondsenwerving worden in 1997 toegespitst op bijzondere doelgroepen en op het vijfentwintig jarig bestaan van HAPIN. Een bredere publieksactie zal zijn gericht op één nieuw te starten project in het centrale bergland van Irian Jaya.
  3. Nieuwe activiteiten op het terrein van de informatievoorziening betreffen voor 1997: uitwerking van informatieleaflets per project als onderdeel van de opzet van een basisinformatiepakket; de opzet van een inhoudelijk jaarverslag en een daarop gebaseerde speciale uitgave van HAPINieuws; tevens zal ten behoeve van gerichte advertenties een overzicht gemaakt worden van tijdschriften die verschijnen in kringen van potentiële doelgroepen.Voor 1998 wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een nieuwe lesbrief over de problematiek van de Papua-volken.
  4. In 1997 zal een verdere uitwerking en vaststelling plaatsvinden van de werkwijze van bestuur en werkgroepen. Vergader- en begrotingcyclus, werkwijze, verantwoordelijkheden en procedures, begrotingssystematiek, taak- en/of functieomschrijvingen van bestuursleden en medewerkers zullen in een afzonderlijke notitie worden vastgelegd.


terug naar inhoudsopgave


4.2 Bijzondere projecten

In 1997 zal rond een nieuw te starten project een brede publieksgerichte fondsenwerving plaatsvinden. Dit betreft, onder voorbehoud, een door de lokale (Dani)bevolking gestart initiatief op het terrein van de gezondheidszorg. Het gaat daarbij om een lokale coöperatie die reeds enige jaren, op basis van eigen middelen en menskracht zowel op het terrein van landbouw en veeteelt activiteiten ontplooit die ten goede komen aan een groot deel van de lokale gemeenschap. De eveneens door hen gestarte polikliniek biedt een laagdrempelige voorziening voor de lokale bevolking welke niet in een andere vorm beschikbaar is. De verdere uitbouw van deze kliniek (duurzame behuizing, inventaris) wordt gelimiteerd door de beperkt beschikbare middelen. HAPIN hoopt via deze actie een bijdrage te kunnen leveren aan de continuïteit en uitbouw van deze voorziening.


terug naar inhoudsopgave


4.3 25 jaar HAPIN

In 1997 bestaat de Stichting HAPIN 25 jaar. Dat is niet alleen een aanleiding om stil te staan bij wat in het verleden gedaan is, maar ook een moment voor bezinning op de toekomst. Bovendien biedt het een mogelijkheid om het werk van HAPIN onder de aandacht te brengen van huidige en toekomstige donateurs, huidige en toekomstige samenwerkingsrelaties en andere belangstellenden. Naast de hiervoor genoemde activiteiten zal in de herfst van 1997 (oktober of november) een manifestatie worden gehouden in de vorm van een studiedag welke uit twee onderdelen zal bestaan; een inhoudelijk seminar en een publieksgricht deel met een cultureel karakter. Centraal staan op deze dag vragen rond de mogelijkheden en beperkingen van kleinschalige hulpverlening.

De doelstelling van deze dag is:

  1. nadere bezinning op het werk van HAPIN ten behoeve van de Papua-volken;
  2. het leren van ervaringen van andere organisaties die vertrouwd zijn met kleinschalige hulpverlening;
  3. het leggen en/of intensiveren van contacten met andere hulpverleningsorganisaties.


terug naar inhoudsopgave


Bijlage

Bestuur, medewerkers en Comité van Aanbeveling per 1-1-1997



Bestuur

Drs. Wieger Bakker (voorzitter)

Drs. Wietse Tolsma (secretaris/stafmedewerker)

Dhr. Aaldert Godschalk (penningmeester)

Dhr. Evert Kamphorst (lid)



Medewerkers/adviseurs

Mw Th. Beun (erevoorzitter)

Fred Athaboe

Max Ireeuw

Desirée van der Krogt

Drs. Wilma Peursum

Ir. Mieuw van Diedenhoven (website)



Comité van aanbeveling

Prof. dr. W. Albeda

Mw drs. Ria Beckers-de Bruijn

Prof. dr. Th.C. van Boven

L.C. van Dijke

J.S.L. Gualthérie van Wezel

Drs. J. ten Hoopen

Mr. dr. J.J.A. Imkamp

Nic. Jouwe

Dr. C.S.I.J. Lagerberg

M. Leerling

Drs. G. van Leijenhorst

Mw. Maartje van Putten

L.E.H. Reeser

Zacharias Sawor

G.J. Schutte

Pater Leopold Verhagen O.S.A.

Ir. B.J. van der Vlies

G.J.J. (Joop) van Zijl