Mei 2001


Inhoud nieuwsbrief:


Foto’s:

In deze nieuwsbrief is ook het
jaaroverzicht van de projecten in 2000

opgenomen


Hapin geeft 3x per jaar een nieuwsbrief uit voor haar donateurs en andere geïnteresseerden.


Bericht uit Papua

HAPIN medewerkster Desiree van der Krogt keerde in maart j.l. weer terug van een bezoek van twee maanden aan Papua. Ze bezocht veel projecten en sprak uitvoerig met de vertegenwoordigers van diverse Papua-organisaties.

De bezoeken zijn noodzakelijk om te kunnen beoordelen in hoeverre onze projecthulp (nog) effectiever kan worden gemaakt. Soms zijn er opmerkingen in het verslag die je weer bepalen bij de werkelijkheid van Papua anno 2001. Uit een gesprek met een goed ingevoerde contactpersoon: ‘Het valt hem op dat in zijn omgeving en in heel Papua het steeds de Papua’s zijn die het meeste sterven. In het afgelopen jaar stierven er 20 mensen in zijn omgeving en daarvan waren er 18 Papua. De Papua’s hebben eenvoudig geen geld, misschien wel om naar de dokter te gaan, maar zeker niet om medicijnen te kopen of opgenomen te worden in het ziekenhuis.


Kelompok (boerencoöperatie) Usurum, een afgelegen dorp diep in de Baliemvallei. Het zijn hardwerkende mensen. De kelompok levert veel landbouwproducten. Op de foto (december 2000) de officiële overdracht aan Desiree Van der Krogt van een schriftelijk steunverzoek aan HAPIN voor de aankoop van medicijnen, geld om een mantri (verpleger) op te leiden, de aanschaf van een koffiepelmachine en pijpen voor schoon water.
Twee Nederlandse verpleegsters die in Papua werken vertelden: ‘Dagelijks zagen we mensen die uit het ziekenhuis werden ontslagen maar nog lang niet beter waren, puur omdat ze geen geld meer hadden’. Mevrouw Van der Krogt schrijft daarover in haar verslag: ‘De verpleegsters werkten in een TBC-kliniek en in dat geval is het nog erger. Als een patient TBC heeft en medicijnen krijgt en de kuur niet afmaakt, wordt hij resistent voor die medicijnen (en andere zijn vaak niet voorhanden) dus….. dat zijn dus de mensen die niet meer geholpen kunnen worden en sterven. Het zou mooi zijn om een fonds voor dit soort mensen op te richten…’ Veel noodzakelijk werk wacht dus nog op uitvoering. De organisatie en de financiering daarvan vragen deskundigheid, tijd en geld. HAPIN biedt de mogelijkheid een bescheiden aandeel te leveren ten bate van het welzijn van deze achtergestelde Papuabevolking.

Beste Papua-vrienden,

‘Nederland loog tegen de Papua’s’, kopte het dagblad Trouw op 5 april. Deze vijf woorden vormen de kern van de conclusie die historicus Hans Meijer trok na de bestudering van vertrouwelijke, diplomatieke documenten uit de periode 1962-1969, afkomstig uit het privé-archief van de voormalige Nederlandse ambassadeur in Jakarta, Schiff. ‘Naar buiten toe toonde Nederland zich sterk begaan met de Papua’s. Maar achter de schermen was het al direct vanaf 1962 ons probleem niet meer. De Papua’s voelen zich met recht in de steek gelaten’, stelt Meijer. Er zullen vast nog meer van dit soort ‘ onthullingen’ volgen. Resultaten van onderzoek als dat van Meijer, en onge- twijfeld ook het nog lopende officiele regeringsonderzoek inzake de afwikkeling van de kwestie Nieuw-Guinea, bevestigen wat u en wij al wisten: de Nederlandse regering deed in 1962 loze beloften aan de Papuavolken. HAPIN heeft op 9 april een brief verzonden alle politieke partijen bij gelegenheid van de installatie van de Nieuw-Guinearaad, 40 jaar geleden. We doen daarin een klemmend beroep op de verantwoordelijkheid van de parlementariers als het gaat om de huidige schending van mensenrechten, discriminatie, economische achterstelling en landonteigeningen in Papua. De Nederlandse politiek in die jaren verdient niet de schoonheidsprijs. Er valt wat goed te maken. Waarom nog wachten met politieke initiatieven die het streven naar vrijheid en gerechtigheid van de Papua’s ondersteunen? U hebt door uw doorlopende steun aan HAPIN getoond niet te willen wachten. Het is geweldig hoeveel we met uw hulp weer hebben kunnen doen in de afgelopen maanden. Heel hartelijk dank daarvoor.

Drs. W. Tolsma, secretaris HAPIN


Papua’s opnieuw op de vlucht

In januari ontving HAPIN een dringend verzoek om hulp van vicaris-generaal Saverio Taffari van het bisdom Vanimo in Papua New Guinea.

De kerk kreeg plotseling te maken met een nieuwe stroom vluchteling-en uit Papua. Zo’n 500 mensen, merendeels vrouwen en kinderen, waren Papua in november-december vorig jaar als gevolg van de ernstige onlusten ontvlucht. Er vielen tientallen doden en gewonden. Velen waren er hun leven niet meer veilig en namen de wijk naar buurland PNG. Aanvankelijk kregen de vluchtelingen onderdak in een schoolgebouw. Later zijn ze overgebracht naar een inderhaast opgetrokken kamp dat door de regering van PNG ter beschikking was gesteld. De hulporganisatie Caritas verstrekte materialen om een eigen provisorisch onderkomen te bouwen. Het bisdom zorgde voor voedsel, water, licht, kleding, zeep, medicijnen enz. In verband met het begin van het schooljaar zijn er ook op beperkte schaal leermiddelen beschikbaar gesteld. Hoewel de regering van PNG ook een bijdrage aan de kosten van de eerste opvang van de vluchtelingen leverde, was het bisdom bij lange na niet in staat de opvang van de wassende stroom vluchtelingen voor zijn rekening te nemen. HAPIN heeft snel op het verzoek van Taffari ge-reageerd en maakte een flinke bijdrage over naar het bisdom. Het geld is bedoeld voor de aanschaf van leermiddelen uit Papua om de scholen in het vluchtelingenkamp te voorzien. Het lesmateriaal heeft Vanimo inmiddels bereikt en wordt al door de scholen gebruikt.


Pelangi kindertehuizen

Op verschillende plaatsen in het land wordt momenteel actie gevoerd voor de Pelangi kindertehuizen in Sorong en Abepura. Scholengemeenschap Guido de Brès in Arnhem organiseert in samenwerking met de ‘Wilde Ganzen’ in Hilversum voor de leerlingen een talentenjacht om zoveel mogelijk geld in te zamelen. De opbrengst is bedoeld voor nieuwe matrassen en de renovatie van de badruimte. Drie weken lang staat deze Arnhemse school in het teken van dit bijzondere project. De drie Pelangi’s (Sorong, Abepura en Wamena) ontvangen jaarlijks bijdragen van HAPIN, maar die zijn lang niet voldoende voor de exploitatie van de internaten.

Wilt u ook meedoen? Vraag naar onze speciale actiefolder.


Financieel verslag 1999

Bij het financieel verslag over 1999 (Hapinieuws dec. 2000) is abusievelijk de naam vermeld van het accountantskantoor dat de jaarstukken over 1998 heeft gecontroleerd. Vanaf 1999 is echter FSV Accountants in Culemborg hiervoor verantwoordelijk.


Hartelijk dank:

Een greep uit de velen die hielpen:

  • De familie C.B. Nicolas te Krimpen aan de IJssel. De opbrengst van hun familiefeest ging naar Pelangi III
  • Mevr. H. Bakker-Bolhuis uit Emst. Op haar verzoek werd haar verjaardagscadeau omgezet in een donatie voor Pelangi III.
  • De diaconie van de Hervormde Gemeente van Nieuw-Leusen
  • De Zuster Dominicanessen in Nijmegen
  • Stichting voor Gezondheids-educatie in Oss
  • De diaconie van de Hervormde Gemeente in Driebergen
  • Stichting Perspectief te Oegstgeest
  • Stichting Fides te Den Haag
  • Mw. Gilts Scherpbier te Leidschen-dam organiseerde spontaan een inzameling tgv haar 80e verjaardag. De opbrengst was voor het werk van HAPIN in Papua.


Projecthulp 2001

Uw bijdragen gingen in eerste kwartaal van dit jaar o.a. naar:

  • Octavianus Mote. Mote is een bekende Papua-journalist en studeert in Amerika. Voor het laten verschijnen van zijn boek over de Papua’s ontving hij een subsidie
  • Nationaal Papua Vereniging te Den Haag, subsidie voor culturele activiteiten
  • Bisdom Vanimo in PNG, voor hulp aan de vluchtelingen uit Papua
  • Kindertehuis Pelangi III, bijdrage voor autoreparatie en bouw van omheining rond het gebouw Ziekenhuis M.Mula, bijdrage voor aanschaf motorfiets om projecten te bezoeken
  • Trees Esi te Merauke, bijdrage voor reizend consultatiebureau voor zwangere vrouwen en jonge kinderen
  • Yusan Yeblo van stichting JKPIT, bijdrage voor aanschaf computer en internet. Deze organisatie richt zich op hulp aan Papuavrouwen en verleent bijstand aan vrouwen die slachtoffer zijn geworden van verkrachtingen en andere mensen-rechtenschendingen.
  • Stichting Petra (Max Mahuse), bijdrage voor cursus techniek aan 20 Papua- jongens en aanschaf gereedschap. De jongens kunnen na het volgen van de cursus aan de slag in kleine ondernemingen die zich bezighouden met bouwprojecten.
  • Jonathan Tabusi te Merem, voor zijn vrouwen self-help organisatie. De steun wordt gebruikt voor het geven van naaicursussen.