De oud-redacteur buitenland van het Nederlands Dagblad Aad Kamsteeg, bezocht onlangs Papua. Voor HapiNieuws schreef hij een korte impressie:

Afgelopen maand februari reisde ik op een toeristenvisum als freelancejournalist rond in het voor buitenlandse pers verboden Papua, mede met het oog op een in het najaar te verschijnen boek ‘Ooggetuige in Papua’. Tijdens dat bezoek kwam ik in contact met de in Jayapura gevestigde staf van Hapin. Samen bezochten we de exclusief voor Papua vrouwen beschikbare markt aan de Jalan Percetakan. Dat een dergelijke markt nodig is, typeert de benarde economische situatie van de Papua’s. Zij worden voor een belangrijk deel weggeconcurreerd Javanen en andere Indonesische bevolkingsgroepen. Niet alleen economisch trouwens, maar ook cultureel en religieus dreigen de Papua’s minderheid in eigen land te worden.

Op de vrouwenmarkt maakte ik kennis met Esther Antoh, een oorspronkelijk uit Sorong afkomstige Papuase die samen met haar man zes kinderen opvoedt. Haar echtgenoot was ambtenaar, maar verloor zijn baan aan een immigrant uit Sulawesi. Dankzij de steun uit Nederland heeft het gezin economisch weer een toekomst. Esther kwam in contact met Hapin, die wel iets in haar zag en haar een microkrediet van drie miljoen roepia (circa 200 euro) tegen lage rente gaf om op de vrouwenmarkt van Jayapura aan de slag te gaan.

Esther slaagde. Vlak bij de ingang heeft zij nu een piepklein winkeltje waar ze zout, bakolie, peper, groente, limonade, sigaretten en zelfs een paar handtassen verkoopt. Elke maand betaalt ze iets van het geleende bedrag terug. ”Over drie maanden ben ik schuldenvrij”, zei ze me. Een resultaat dat vandaag de dag moet zijn bereikt.

In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen Papua onder Indonesisch bestuur kwam, werden allerlei opleidingen van Papua’s abrupt afgebroken. Het is de verdienste van organisaties als Hapin dat zij die draad – zij het vanzelfsprekend op bescheiden schaal – weer hebben opgepakt. Steun aan Hapin in Papua komt goed terecht.