Op 30 oktober overleed Nicolaas Padding, een van de werkers van het eerste uur van Hapin. Hij was van 1972 tot 1994 secretaris van onze stichting.

Toen in 1969 het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea definitief bij de republiek Indonesië werd ingelijfd, leefde er bij veel Nederlanders groot ongenoegen over de manier waarop dat was gebeurd. Van de vrijheid en zelfstandigheid, die, tegen beter weten in, door de Nederlandse regering aan de Papoea’s was toegezegd, kwam niets terecht. De Papoea’s voelden zich bedrogen. De nieuwe machthebbers maakten korte metten met de vrijheidsaspiraties van de Papua-volken. Wat volgde was een periode van geweld en onderdrukking.

Nicolaas Padding was vertrouwd met Nederlands Indië. Hij diende er na de Tweede Wereldoorlog als militair en ontmoette daar zijn latere vrouw, Eef Dijkema, die als verpleegster in dienst van het Rode Kruis naar Indië gezonden was. Ze woonden na de onafhankelijkheid nog vijf jaar in Indonesië. In 1972 nam Padding, samen met Papua-voorman en balling Nicolaas Jouwe en Thera Beun, het initiatief tot de oprichting van Hapin. De Papoea’s waren in hun ogen door de regering in de steek gelaten.

De initiatiefnemers beschouwden het als hun morele plicht om in Nederland steun voor het vrijheidsstreven van de Papoea’s te mobiliseren en daarnaast hulp te bieden. Het eerste vond plaats door het aanbieden van petities aan regering en parlement waarin aandacht werd gevraagd voor de rechten van de Papoea’s op een zelfstandig voortbestaan en werd de publiciteit gezocht voor de voortdurende mensenrechtenschendingen in Papua. Ook werd daadwerkelijk steun geboden in de vorm van financiële hulp aan en goederenzendingen naar een aantal weeshuizen.

In de volgende jaren groeide het aantal donateurs van Hapin gestaag en kwam er meer armslag om de doelen van Hapin te realiseren. Zo werd er een studiebeurzenprogramma in het leven geroepen. Honderden kansarme Papua-jongeren zijn in de loop der jaren afgestudeerd als ingenieur, onderwijzer, of arts en dragen zo hun steentje bij aan de ontwikkeling en opbouw van hun land. Niek Padding was achter dit alles een drijvende en bezielende kracht. Met zijn markante en gepassioneerde optreden wist hij velen te overtuigen van de noodzaak om het werk van Hapin te steunen. De liefde voor het Papua-volk en een principieel gevoel voor rechtvaardigheid en recht zijn altijd de belangrijkste drijfveren voor Niek Padding geweest. Hapin is hem veel dank verschuldigd.