Project omschrijving

Plaats: Jayapura

Jaar: 2007

De Stiper Hoge Landbouwschool

Stiper staat voor Sekolah Tinggi Ilmu Pertanian, oftewel Hoge Landbouwschool. Het bij de provinciehoofdstad Jayapura gelegen schoolgebouw bestaat uit twee haaks op elkaar staande vleugels van elk twee klaslokalen. In het midden bevindt zich het kantoor. De inrichting is eenvoudig: houten collegebankjes voor studenten, een bord en een tafel met stoel voor docenten. De muren zijn kaal. De Stiper Hoge Landbouwschool heeft vier studierichtingen: landbouw, bedrijfseconomie, veeteelt, visserij en visteelt.

Wensenlijst

Directeur Stanis Letsoin weet precies wat zijn school nodig heeft:

  • een bibliotheekgebouw; vanwege de hoge vochtigheidsgraad moet het stevige muren en een goede ventilatie hebben.
  • kleine aantallen boeken voor elke studierichting, omdat boeken schaars zijn, zal de school vooral met kopieën werken
  • laboratoriumruimtes met inventaris
  • een asrama/internaat voor studenten uit de bergen.

 

Onderwijs in Papua

Er is kleuter-, basis- en middelbaar, hoger onderwijs en er zijn 2 universiteiten met dependances in een aantal grotere steden. De Indonesische regering subsidieert het basisonderwijs en stelt soms beurzen beschikbaar voor het vervolgonderwijs. Maar daarmee is Papua er nog niet.Vanwege de moeilijke verbindingen zijn de onderwijsvoorzieningen in het centrale berggebied erg beperkt. Er is weinig controle op de aanwezigheid van leraren en leerlingen. Sommige bergbewoners spreken alleen hun eigen stamtaal en beheersen het Indonesisch onvoldoende om de lessen te kunnen volgen.

Het gebeurt soms dat subsidies of beurzen de scholen of studenten nooit bereiken. In het gehele onderwijs is het moeilijk om over te schakelen van onderwijs dat uitgaat van leren uit het hoofd naar begrijpend leren. Er zijn weinig Papualeerkrachten. De meeste leraren komen uit andere delen van Indonesië; er ontstaan gemakkelijk misverstanden tussen hen en de oorspronkelijke bewoners. Het onderwijs sluit vaak weinig aan op de belevingswereld van leerlingen en studenten.

Interview met Jos Meteray

Voorzitter van de Raad van Oprichters van de Stiper Hoge Landbouwschool

 

Waarom doet u dit werk?

Ik ben een gepensioneerde ambtenaar en had heel lang met onderwijs te maken. Zo ben ik bij de school betrokken geraakt. De school is ongelofelijk nuttig en nodig, daarvan ben ik overtuigd.

Nuttig en nodig, waarom?

In de provincie Papua dreigt een tweedeling te ontstaan tussen de oorspronkelijke bewoners die van eenvoudige akkerbouw, veeteelt en visserij leven, en nieuwkomers.Veel boerenfamilies in de bergen doen op dezelfde manier als hun ouders en grootouders aan akkerbouw en veeteelt. Maar er is veel veranderd. Er komen steeds meer migranten uit andere delen van Indonesië; die zijn er vaak beter aan toe en nemennieuwe landbouwmethodes mee. Zij beheersen de economie. Veel oorspronkelijke bewoners zijn er nog niet aan gewend dat ze deel uitmaken van het veel grotere land Indonesië. De Hoge Landbouwschool wil helpen die kloof te overbruggen.

Wat biedt de Hogere Landbouwschool?

De school leert boeren, en natuurlijk ook boerinnen, hun productiemethodes te moderniseren en meer te gaan verdienen. Het onderwijs is zowel theoretisch als praktisch. De school leert hen nieuwe producten te verbouwen. Daarvoor bestuderen studenten de vraag naar landbouwgewassen op de markt. Welke nieuwe producten willen mensen kopen? Hoe maken we die nieuwe producten? Wat willen mensen daarvoor betalen?

En de studenten?

We hebben gemiddeld honderd studenten. De meerderheid van hen of meesten komt uit het hoogland en zijn ervaren boeren die openstaan voor vernieuwingen. Ze krijgen een beurs van de overheid. Iedereen betaalt schoolgeld en zijn eigen reiskosten. Omdat er weinig wegen naar het binnenland zijn en de reiskosten hoog, gaan studenten in de jaren dat zij hier studeren zelden tussendoor naar huis. We hebben voor wie hier niet bij familie kan verblijven een asrama opgezet, een soort internaat.

Wat is het grootste knelpunt?

Dat zijn de docenten. Onze droom is twee docenten met een Master’s titel per studierichting, meer Papoea’s onder hen en meer praktijkgericht onderwijs. Zo ver zijn we nog niet. Nu zijn de meeste docenten niet-Papoea’s en vooral gericht op theoretisch onderwijs. We hopen Papua-docenten aan te trekken en anders leiden we ze zelf op. De Franciscanen, die de school ooit stichtten, hebben grond ter beschikking gesteld voor praktijkonderwijs.